Aradeth

Sessie 2 - Een Greep uit de Toekomst

Uitbundige Piraten, Chagrijnige Dwarfs en een Naïve Bibliothecaris.

Nadat de groep ontsnapt is uit de trein en een lange tocht heeft gemaakt komen zij in de enige stad waar zij perfect veilig zouden kunnen zijn: Radurack. De Piratenklif. Ze lopen rond, komen aan in een taveerne en bestellen voedsel. Hoewel de Schrijver goed kan koken zijn ze blij iets anders dan gevangenenvoedsel te eten. Ze smullen. Dan komt de rekening.

Maar ze hebben geen cent.

Er gaan blikken rond tussen de groepsleden. Dan komt de Arcanakundige met een vraag voor de barman: “Heeft U een zieke die ik kan genezen?” De barman knikt. Zijn vrouw ligt op bed met een wond en dat is de reden dat de barman constant zelf al het eten moet serveren. De Arcanakundige loopt de trap op en ziet haar liggen. Van zijn halsband verlost spreekt hij woorden die het binnenste van de vrouw raken. Alsof de klanken die hij voortbracht altijd al in haar hebben gezeten. En haar wond geneest. De barman weet niet wat hij moet zeggen. Alles wat ze vragen hij zal kijken wat hij eraan kan doen. Daar maakt de groep meteen blij gebruik van: “Waar kunnen wij werk vinden?”. De barman vertelt dat er bijna iedere dag een zeer rijk man bij hem langskomt: meneer Craftsrow. Meneer Craftsrow is een woordvoerder van De Heer Sikirxi, een van de rijkste mannen van Radurack. Zodra meneer Craftsrow binnenkomt en gaat zitten gaan een paar leden van de groep bij hem aan tafel zitten. Ze draaien er niet omheen. Ze willen werk. De man met zijn hoge hoed en monocle vraagt hen: “Maar wat kunnen jullie dan?”. De leden denken even na. Ze zijn niet lui en beschikken over behoorlijke kracht. Daarnaast spreekt de Arcanakundige vele talen. “Dat komt goed uit. Morgenmiddag komt er een schip aan met specerijen, hij wordt bemand door Dwarves. De party handelt de afspraak af en meneer Craftsrow vertrekt.

De Arcanakundige vertrekt daarna snel de straten van de stad in. Na een tijd zoeken vond hij waar hij al niet meer op hoopte: Een Bibliotheek. Hij liep naar binnen. Het was leeg. Nuja, er stonden wel boeken, alleen de lezers ontbraken. Hij liep naar de balie toe waar een man achter zat. “Hebben jullie ook boeken over de taal van de Dwarves? Ik moet het weer wat bijspijkeren.” De man schrok en keek op. Hij had niemand binnen horen komen. “Wat vroeg U?” “Ik ben op zoek naar een boek over de taal van de Dwergen.” “Oh, maar die heb ik, jazeker!” en de man stond op. Met een vlugge looppas liep hij door het doolhof van kasten met ladderobstakels en onbegrijpelijke bordjes. Uiteindelijk kwamen ze aan bij de kast waar het boek lag. De bibliothecaris pakte het boek en gaf het aan de Arcanakundige. “Ik heb ook nog wel een boek die ingaat over de minder bekende delen van de Dwergse cultuur. Bent U daar ook in ge├»nteresseerd? Ik vond het kostelijk!”. De Arcanakundige knikt, al was het maar uit beleefdheid voor dit excentrieke mens. Een nieuw avontuur door het doolhof volgt, en onderweg worden uiteindelijk niet 1 maar 3 extra boeken gepakt. Ze lopen terug naar de balie waar de naam van de Arcanakundige opgeschreven wordt en zijn huidige verblijfplaats. “Niet omdat ik U niet vertrouw, maar uit gewoonte.”. De Arcanakundige vraagt zich even af wanneer deze gewoonte is opgedaan. Veel mensen lijken hier niet te komen.

Evengoed vertrekt hij met de boeken weer naar de herberg waar hij zijn dwergs bijspijkert om de volgende dag met de rest van de groep kisten te verslepen en te overleggen met de dwerg die het schip blijkbaar leid. Het gaat lang goed, tot er plotseling een groep Gnomen het schip enteren en een voorwerp meenemen. De Monnik, die op het schip nog tegen de wezentjes die misschien net tot zijn middel komen vecht, rent de ontsnappende gnoom achterna, maar het mocht niet baten. Hoewel hij drie van zijn vrienden te pakken krijgt, is het voorwerp niet meer te achterhalen.

Comments

Pharen

I'm sorry, but we no longer support this web browser. Please upgrade your browser or install Chrome or Firefox to enjoy the full functionality of this site.