Aradeth

Sessie 2 - Gevecht met gnomen

Dit is een beschrijving van het gevecht met de gnomen dat we ervoeren tijdens ons werk in de haven. Het bleek een interessante ervaring en een goede illustratie van mijn gedachten over fysieke confrontatie.

De gnomen kwamen van het grotere schip naast ons. Ze verspreidden zich in korte tijd over het schip waarop we aan het werk waren. Ze waren gewapend en hadden een aura van gewelddadigheid en moordlust over zich. Ik besloot dat ze een bedreiging vormden voor onze werkgever. Ze moesten gestopt worden. In praktijk betekende dit dat wij ons op hen stortten en de gnomen zich op ons.

O

In strijdgewoel komt het er op aan snel beslissingen te nemen. Op basis van weinig informatie en binnen een korte bedenktijd moet de beste actie gekozen worden. Iedere vijfde, zesde seconde moet dat opnieuw. Het is waarschijnlijk dat als het stof is gaan liggen en er nog eens naar alles wat er gebeurd is gekeken wordt gezien kan worden dat er betere beslissingen genomen hadden kunnen worden. Ik probeer te zien of een strijd uiteindelijk in balans is uitgevallen. Ik probeer te kijken of de kwalitatief goede en slechte beslissingen elkaar uitgebalanceerd hebben. Zo niet, dan moet die balans alsnog gevonden worden. Als dat mogelijk is.

O

De gnomen kwamen van alle kanten en een gedeelte van de dwergen liet ons in de steek. Ik heb geprobeerd hun moordlust te beantwoorden met een even negatieve actie, elke keer. Op een bepaald moment in het gevecht zag ik dat de gnomen iets uit de kamers van het schip meenamen, vluchtend. Ik sprong vanaf hoger op een grote kist die aan de kraan hing. Met de vaart die dit me gaf probeerde ik zo snel mogelijk bij de vluchtende gnomen te komen. Bij mijn sprong van de kist af, zette ik me af. De kist vloog daardoor in de tegenovergestelde richting van mijn sprong, recht op mijn medestrijders af. Ze hebben hem gelukkig weten te ontwijken. Mijn sprong faalde, ik moet iets fout hebben gedaan tijdens het afzetten. Ik belandde op het dek, de planken kraakten. Misschien was dit wel een illustratie van balans. Ik bracht de anderen in gevaar door mijn sprong die faalde. De sprong faalde dus niet alleen in aankomen waar ik wilde, maar ook in het waarborgen van de veiligheid van de anderen.

Ik heb uiteindelijk nog een stel van de gnomen weten te vangen, maar geen van hen had de gestolen goederen bij zich.

Er is één gnoom gestorven in de strijd, maar het is de rest wel gelukt te stelen van onze werkgever. Ik betreur het feit dat de gnoom moest sterven. Doch: zijn dood was het gevolg van de moordlust waarmee hij op ons af kwam.

- Horatio Lane Quimby

View
Sessie 2 - Een Greep uit de Toekomst
Uitbundige Piraten, Chagrijnige Dwarfs en een Naïve Bibliothecaris.

Nadat de groep ontsnapt is uit de trein en een lange tocht heeft gemaakt komen zij in de enige stad waar zij perfect veilig zouden kunnen zijn: Radurack. De Piratenklif. Ze lopen rond, komen aan in een taveerne en bestellen voedsel. Hoewel de Schrijver goed kan koken zijn ze blij iets anders dan gevangenenvoedsel te eten. Ze smullen. Dan komt de rekening.

Maar ze hebben geen cent.

Er gaan blikken rond tussen de groepsleden. Dan komt de Arcanakundige met een vraag voor de barman: “Heeft U een zieke die ik kan genezen?” De barman knikt. Zijn vrouw ligt op bed met een wond en dat is de reden dat de barman constant zelf al het eten moet serveren. De Arcanakundige loopt de trap op en ziet haar liggen. Van zijn halsband verlost spreekt hij woorden die het binnenste van de vrouw raken. Alsof de klanken die hij voortbracht altijd al in haar hebben gezeten. En haar wond geneest. De barman weet niet wat hij moet zeggen. Alles wat ze vragen hij zal kijken wat hij eraan kan doen. Daar maakt de groep meteen blij gebruik van: “Waar kunnen wij werk vinden?”. De barman vertelt dat er bijna iedere dag een zeer rijk man bij hem langskomt: meneer Craftsrow. Meneer Craftsrow is een woordvoerder van De Heer Sikirxi, een van de rijkste mannen van Radurack. Zodra meneer Craftsrow binnenkomt en gaat zitten gaan een paar leden van de groep bij hem aan tafel zitten. Ze draaien er niet omheen. Ze willen werk. De man met zijn hoge hoed en monocle vraagt hen: “Maar wat kunnen jullie dan?”. De leden denken even na. Ze zijn niet lui en beschikken over behoorlijke kracht. Daarnaast spreekt de Arcanakundige vele talen. “Dat komt goed uit. Morgenmiddag komt er een schip aan met specerijen, hij wordt bemand door Dwarves. De party handelt de afspraak af en meneer Craftsrow vertrekt.

De Arcanakundige vertrekt daarna snel de straten van de stad in. Na een tijd zoeken vond hij waar hij al niet meer op hoopte: Een Bibliotheek. Hij liep naar binnen. Het was leeg. Nuja, er stonden wel boeken, alleen de lezers ontbraken. Hij liep naar de balie toe waar een man achter zat. “Hebben jullie ook boeken over de taal van de Dwarves? Ik moet het weer wat bijspijkeren.” De man schrok en keek op. Hij had niemand binnen horen komen. “Wat vroeg U?” “Ik ben op zoek naar een boek over de taal van de Dwergen.” “Oh, maar die heb ik, jazeker!” en de man stond op. Met een vlugge looppas liep hij door het doolhof van kasten met ladderobstakels en onbegrijpelijke bordjes. Uiteindelijk kwamen ze aan bij de kast waar het boek lag. De bibliothecaris pakte het boek en gaf het aan de Arcanakundige. “Ik heb ook nog wel een boek die ingaat over de minder bekende delen van de Dwergse cultuur. Bent U daar ook in geïnteresseerd? Ik vond het kostelijk!”. De Arcanakundige knikt, al was het maar uit beleefdheid voor dit excentrieke mens. Een nieuw avontuur door het doolhof volgt, en onderweg worden uiteindelijk niet 1 maar 3 extra boeken gepakt. Ze lopen terug naar de balie waar de naam van de Arcanakundige opgeschreven wordt en zijn huidige verblijfplaats. “Niet omdat ik U niet vertrouw, maar uit gewoonte.”. De Arcanakundige vraagt zich even af wanneer deze gewoonte is opgedaan. Veel mensen lijken hier niet te komen.

Evengoed vertrekt hij met de boeken weer naar de herberg waar hij zijn dwergs bijspijkert om de volgende dag met de rest van de groep kisten te verslepen en te overleggen met de dwerg die het schip blijkbaar leid. Het gaat lang goed, tot er plotseling een groep Gnomen het schip enteren en een voorwerp meenemen. De Monnik, die op het schip nog tegen de wezentjes die misschien net tot zijn middel komen vecht, rent de ontsnappende gnoom achterna, maar het mocht niet baten. Hoewel hij drie van zijn vrienden te pakken krijgt, is het voorwerp niet meer te achterhalen.

View
Sessie 1 - Grixis de Gevangenentrein
Tralies, Eten en Ontsnappen

Het regent buiten. Een nieuweling zou moeilijk slapen door het gehobbel van de trein over de magische rails, maar de gevangenen zijn er al aan gewend.

De vijf onschuldige gevangenen doen ieder iets anders. De een mediteert, de ander heeft normale nachtrust nodig, een derde schrijft aan een fanatasyboek. Het is een barre nacht. De volgende ochtend bij het eten is het duidelijk: Ze moeten hier weg. Maar hoe? De wacht circuleert constant, de sleutels zijn onbereikbaar. Niet alleen dat, de wizard kan zijn spreuken niet eens normaal opnoemen. Toch moet het.

De groep kan zich maar één gat in de perfecte beveiliging van Grixis voorstellen: Het Kookschema. Het koken wordt gedaan door gevangenen. Ze koken niet voor de bewaking, maar voor de andere gevangenen. Maar als ze nu eens zouden opvallen? Als ze de bewaking zouden kunnen laten kwijlen van afgunst. Dat is het. Zodra de Fantasyschrijver en de Halfwolf aan bod komen om te koken begint het plan. De Halfwolf weet niet veel van koken af. De Schrijver daarentegen wel. Hij geeft de Wolf hier en daar een tip, en is zelf bezig met het hoofddeel van het gerecht. Hij voegt specerijen toe, voor hoever dat in een gevangenis kan, mengt nog wat saus en sprak stiekem nog een spreuk uit over de pan. Het deel wat door de schrijver wordt bereid is uitmuntend. Geweldig. Het deel van de Wolf vult dat, al dan niet met een beetje geluk, perfect aan.

En de gevangenen eten. Het is geen restaurant waar je om meer kunt vragen, maar anders hadden ze dat gedaan. Kreten van genot klinken in de wagon. En de bewakers zijn verbaast. Ze pakken een bord af van een van de gevangenen, die daarop terugkeert in zijn diepe depressie, en eten ervan. Ze proeven het. Ook zij hebben niet het voorrecht iedere dag hun eigen maal aan te vragen. Maar dit voldoet. Ze lopen naar de Schrijver en de Wolf. Booskijkend. Maar uiteindelijk komt dan toch de vraag die de groep onschuldigen al in hun hoofd had laten doorklinken. “We willen dat jullie ook een keer voor ons koken.” En dat zullen ze. De schrijver beraamt een recept. De Wolf krabt verf en lak van de muren van zijn gevangenis. Loodverbindingen zijn niet goed voor de maag.

View

I'm sorry, but we no longer support this web browser. Please upgrade your browser or install Chrome or Firefox to enjoy the full functionality of this site.